Hieronder staat het eerste deel van de lezing uitgeschreven
De toekomst van Afrika
Koninklijk Instituut voor de Tropen
Amsterdam, 15 mei 2008
- 1 -
150 jaar geleden verscheen de Heilige Maagd Maria aan een herdersmeisje in een grot bij Lourdes. Dit jaar gaan er naar verwachting 20.000 Nederlanders naar deze bedevaartsstad omdat ze geloven dat ze daar genezing zullen vinden.
Mensen geloven van alles.
Er zijn mensen die geloven dat de Dai Lama de reïncarnatie is van Boeddha. Er zijn mensen die geloven dat vegetariërs de voedselcrisis gaan oplossen. Er zijn zelfs mensen die geloven dat Silvio Berlusconi Al Italia zal redden.
Er zijn ook mensen die geloven dat Afrika er slecht voor staat.
Dames en heren,
Vanmiddag zal ik u iets vertellen over mijn roman Transit, in het kader van Amsterdam Wereldboekenstad.
Maar voor het zover is, wil ik enkele opmerkingen maken bij het thema van deze middag: De toekomst van Afrika.
Allereerst een voorbehoud.
Ik ben hier uitgenodigd naar aanleiding van mijn boek. Ik spreek hier op persoonlijke titel. Ik heb geen relatie met welke organisatie op gebied van ontwikkelingswerk dan ook. Ik ben in deze dus geen ervaringsdeskundige en na deze lezing zult u begrijpen dat ik dat ook nooit hoop te worden ook.
Ik ben schrijver, journalist, columnist. Na jaren van journalistieke bezigheden in de media vakjournalistiek, verdien ik op dit moment mijn geld vooral met communicatie-advies aan bedrijven.
Daarnaast ben ik mede-oprichter van Africa Interactive, een bedrijf dat een netwerk heeft opgebouwd van 230 Afrikaanse journalisten, fotografen en filmers in 35 Afrikaanse landen. Dit bedrijf is opgericht vanuit de gedachte dat het na een paar honderd jaar praten over Afrika tijd wordt dat Afrika in de wereld een eigen geluid kan laten horen.
- 2 -
In de aankondiging van het programma van vanmiddag staat:
- De toekomst van Afrika lijkt somberder dan ooit
Als er iets is waarmee je mij woest krijgt, dan is het met de opmerking dat de toekomst van Afrika somberder is dan ooit. Ten eerste omdat het eenvoudigweg niet waar is - de toekomst van Afrika is namelijk rooskleuriger dan ooit - en ten tweede omdat het moreel onhoudbaar is om een compleet continent de afgrond in te praten.
Iedere psycholoog - maar ook iedere onderwijzer, manager en vader en moeder - kan u vertellen welk effect het heeft als een mens keer op keer wordt verteld dat het achterlijk is, niets kan, nergens voor deugt, dom en lui is en dringend hulp nodig heeft.
In 1968 bracht de Amerikaanse soul-zanger James Brown de song Say it Loud - I am Black and I am Proud uit. Het bracht een revolutie teweeg bij de zwarte Amerikaanse gemeenschap.
Ik ben zwart en daar ben ik trots op. Het was een gedachte die veel zwarte Amerikanen als systematisch achtergestelde burgers nog nooit hadden gehad.
Ik pleit er dan ook voor om Africa bashing - gedefinieerd als het nodeloos en op geen enkele grond gebaseerd afschrijven van het Afrikaanse continent - strafbaar te stellen.
Afrika is niet zielig maar sterk. Afrika overleeft alles. Afrika overleeft kolonisatie, Afrika overleeft natuurrampen, Afrika overleeft burgeroorlogen, Afrika overleeft AIDS en Afrika zal ook ontwikkelingshulp overleven.
- 3 -
Dat brengt mij bij het begrip ontwikkelingshulp of het nog veel vagere begrip ontwikkelingssamenwerking.
In de aankondiging van het programma van vanmiddag staat:
- Ontwikkelingshulp heeft nauwelijks effect gehad
Dat is natuurlijk onzin. Ontwikkelingshulp heeft tal van effecten, zowel positieve als negatieve.
Waar het wringt, is wat je van ontwikkelingshulp verwacht.
Het begrip ontwikkeling wekt zoveel verwachting op. Natuurlijk maakt niemand - ook ik niet - bezwaar tegen het voeden van de hongerigen, het huizen van de ontheemden en het behandelen van de zieken maar er is geen enkele reden om te verwachten dat deze activiteiten tot ontwikkeling zouden leiden.
Ik pleit er dan ook voor om het leeuwendeel van de activiteiten die we nu gemakshalve onder de term ontwikkelingshulp samen vegen het label humanitaire hulp op te plakken. Dat haalt de valse verwachting uit de lucht.
Over de kansen dat wat wij ontwikkelingshulp noemen ook tot ontwikkeling leidt, ben ik ronduit pessimistisch. Eerder het tegendeel is waar.
Zo is bij herhaling aangetoond dat door voedselhulp het lokale boerenbedrijf juist wordt gedupeerd. Het voedt de hongerenden, redt mensenlevens - voor zolang de hulp duurt - en schaadt tegelijkertijd de lokale economie en frustreert daarmee ontwikkeling, in plaats van dat het ontwikkeling helpt.
- 4 -
Met betrekking tot ontwikkeling heb ik vier stellingen geformuleerd.
- Ontwikkeling komt van binnen uit
Het is niet: Ik ontwikkel jou maar Ik ontwikkel mijzelf
- Ontwikkeling komt voort uit kracht, niet uit zwakte
- Ownership is de basis van ontwikkeling
Moet u zich voorstellen dat Nederland aan lager wal is geraakt. God zij dank komt Equatoriaal Guinee ons te hulp. Ik denk dat we dan met zijn allen hopen dat ze dan niet een leuk project gaan doen met drugsverslaafden maar zullen investeren in waar voor Nederland de kansen liggen: kennisindustrie, innovatieve technologie, logistiek, handel, de financiële sector en hoogwaardige landbouw.
Het antwoord op armoede is toch de ontwikkeling van de economie?
Een belangrijke basisfunctie van democratie is de herverdeling van welvaart. Maar voordat je welvaart kunt herverdelen, zal er eerst welvaart moeten zijn.
Welvaart heeft zijn basis in het bedrijfsleven, niet in de overheid of in NGO's. Sub-Sahara Afrika is geen particulier speeltje van Westerse hulporganisaties en niet afgesneden van de rest van de wereld. Als ik het boek van Jan Kees van de Werk lees, bekruipt mij een gevoel van benauwdheid.
Ik vraag me steeds af waar de echte economie is in de ontwikkelingshulp. Waar is de zakelijke slimheid? Waar zijn de mensen die dag en nacht voor hun project aan het werk zijn, die desnoods dwars door muren heen lopen? Waar is het Afrikaans ondernemerschap?
Afrika is geen kasplantje maar een speler in de wereldeconomie. En een steeds belangrijkere speler. Afrika moet in die wereldeconomie zijn eigen rol spelen, op basis van het beste dat het continent te bieden heeft.
Dat brengt mij bij mijn vierde en concluderende stelling:
- Wij moeten niet geld gooien naar Afrikaanse ellende maar investeren in Afrikaans succes
- 5 -
Een vriend van mij heeft een lodge op de Tanzaniaanse oost oever van Lake Victoria. Zijn jarenlange verblijf in Afrika, heeft hem nog cynischer gemaakt dan hij al was. Toen wij een aantal jaren geleden van Mwanza naar zijn lodge reden, zagen wij vrachtwagens volgeladen met katoen voorbij rijden. Mijn vriend vertelde dat de katoenoogst dat jaar heel goed was. Ik vroeg hem wat de lokale boeren met het extra geld deden.
'Ze zijn na het binnenhalen van de oogst nu niet 1 maar 2 maanden lang dronken', zei hij.
Ik nam geen genoegen met zijn antwoord en vroeg hoeveel van de 100 katoenboeren hun extra geld investeerden in hun huis, gezin of bedrijf.
'Van de 100?', vroeg hij. 'Misschien 1.'
Die ene katoenboer, daar ligt de sleutel voor ontwikkeling, niet bij die 99 anderen. Met die ene katoenboer moeten we eens gaan praten. Met hem moeten we spreken over visie op groei, over zijn ambities, over zijn plannen. En als zijn plannen ons aanstaan, moeten we hem niet zeggen wat te doen, moeten we hem niet in een project stoppen en moeten we hem al helemaal geen geld geven en zelfs geen geld lenen maar mee-investeren in zijn bedrijf. Dat leidt tot echt ownership, zowel bij de katoenboer als bij de investeerder.
De meeste ontwikkelingshulp is gericht op armoedebestrijding van de Afrikaanse onderklasse. Om toegang tot die onderklasse te krijgen moet doorgaans worden samengewerkt met de elite, wat corruptie in de hand werkt.
Ik ben ervan overtuigd dat we juist moeten investeren in de Afrikaanse middenklasse, in hoog opgeleide mensen met creatieve ideeën, in ondernemers in het midden- en kleinbedrijf met expertise op de eigen markt en mogelijkheden. Met dit Afrikaans talent moeten wij in zee gaan. We moeten hun voeden met kennis, advies en faciliteiten.
Als daarom wordt gevraagd.
Deze benadering heb ik niet zelf verzonnen. Er zijn tal van organisaties en bedrijven die dit principe met veel succes in praktijk brengen. Alleen horen wij daar bijna nooit wat over.
Een organisatie die een voortrekkersrol op dit gebied speelt, is de Nederlandse medefinancieringsorganisatie FMO.
Onlangs was ik in Botswana, waar ik was uitgenodigd op een conferentie van de AVCA - de African Venture Capital Association. FMO is een belangrijke sponsor van AVCA.
In Gaborone sprak ik met FMO directeur Arthur Arnold en vroeg hem waarom het gewone publiek in Nederland nooit iets hoort over de activiteiten van FMO in Afrika.
Zijn antwoord was even helder als onthutsend: 'De pers is niet geïnteresseerd in Afrikaanse succesverhalen.'
Tot zover mijn opmerkingen met betrekking tot mijn visie op ontwikkeling.
- 6 -
Nu dan een paar woorden over ons beeld van Afrika.
Ons beeld van Afrika is niet altijd zo negatief geweest. Probeert u zich Cairo voor te stellen in het jaar 1324. Vanuit de Sahara komt een enorme karavaan de stad binnen, bestaande uit vele honderden mensen en kamelen. Dit is de karavaan van Mansa Moussa, de heerser over het koninkrijk Mali. Hij is op pelgrimage naar Mekka en brengt in Cairo een dermate grote hoeveelheid goud op de markt - er wordt gesproken over 10.000 kilo - dat de wereldgoudprijs in elkaar stort om zich pas vele jaren later te herstellen.
Het bezoek van Mansa Moussa aan Cairo was in de Arabische wereld de meest spraakmakende gebeurtenis van de 14de eeuw.
In een Catalaanse atlas werd een kaart opgenomen waarop de koning van Mali werd afgebeeld met een klomp goud in zijn hand. De naam van de noordelijkste handelsstad van Mali - Timboektoe - kreeg een magische klank en zou die nooit meer verliezen.
Ons beeld van Afrika is nu radicaal anders.
Omdat Afrika nu eenmaal niet om de hoek ligt, erg groot is en op veel plaatsen moeilijk bereisbaar, wordt het beeld dat wij in Nederland hebben van Afrika voor een belangrijk deel bepaald door:
- De journalistiek
- De ontwikkelingsindustrie
Waar wetenschap vaak grote moeite heeft uit de ivoren toren te komen en in begrijpelijk taal iets te verhalen over onderzoek in Afrika dat voor gewone burgers zowel relevant als interessant is, lijdt de journalistiek aan zijn eigen manco's. Er is altijd maar weinig tijd, want geen geld, waardoor journalisten vaak noodgedwongen minder uitgebreid, minder diepgaand en misschien wel minder kundig verslag doen dan zij zouden kunnen.
Maar wat mij betreft, is het grootste manco van de journalistiek dat zij om tot toegankelijke, sprekende verhalen te komen, veelal gebruik maakt van de terreur van het voorbeeld.
Het voorbeeld is het zwakste stijlmiddel om de waarheid te vertellen. Probleem van het voorbeeld is namelijk dat er altijd een andere voorbeeld is, dat precies het tegenovergestelde aantoont.
Voeg daaraan toe dat journalistiek altijd naar het negatieve trekt: Goed nieuws is geen nieuws.
Ook moeten we vaststellen dat media organisaties voor het grootste deel bedrijven zijn die zich moeten profileren in een concurrentieveld. Wie het slechtste nieuws brengt, krijgt de hoofdprijs.
Het door de pers gestimuleerd negatief beeld van Afrika wordt nog eens versterkt door de ontwikkelingsindustrie. Ik zeg met opzet industrie, omdat het hier om een complete bedrijfstak gaat waar in Nederland en Afrika vele duizenden mensen een boterham verdienen, in veel gevallen een heel goed belegde boterham - daar heeft Gerbert van der Aa in zijn boek over Soedan interessante dingen over gezegd.
Ontwikkelingsorganisaties hebben een dubbel belang. Enerzijds is er het belang dat voortvloeit uit hun doelstelling. Daarnaast is er een tweede belang, dat van de continuïteit van de eigen organisatie. Er zijn niet veel ontwikkelingsorganisaties die zichzelf graag zien verdwijnen.
Ontwikkelingsorganisaties komen vooral in beeld op het moment dat ze aan fondsenwerving doen. Dat doen ze niet door te zeggen hoe het is maar door het maken van reclame, de meest onbetrouwbare vorm van informatie, waarbij de zojuist genoemde journalistiek heilig is.
U kunt van mij gerust aannemen dat we reclame prima kunnen definiëren als het binnen de kaders van wat wettelijk nog net toelaatbaar is, staan liegen tot je groen en geel ziet.
En dus krijgen we allemaal tranen in de ogen bij beeld van het hongerende, zieke, ontheemde Afrikaanse kind dat dringend uw hulp nodig heeft.
Bestaan er dan geen hongerende, zieke, ontheemde Afrikaanse kinderen?
Natuurlijk wel! En ze kunnen uw hulp ook goed gebruiken.
Maar we hebben het over beeldvorming en het beeld van het hongerende, zieke, ontheemde Afrikaanse kind is zo sterk dat het onze gehele perceptie van Afrika gaat overheersen.
De Amerikaanse ontwikkelingseconoom William Easterly schat dat ongeveer 1 procent van de Afrikanen voldoet aan het zojuist geschetst beeld. Los van het feit dat dit een grof schandaal is voor de mensheid - en dat is het - is het goed om vast te stellen dat 99 procent van de Afrikanen niet aan dit beeld voldoet.
Er is dus ook een ander Afrika. En net zo goed als Afrika recht heeft op aandacht voor zijn ellende, heeft Afrika ook recht op aandacht voor zijn successen.
- 7 -
Ik sluit dit eerste deel van mijn lezing af met een lijst van tien reden waarom ik ervan ben overtuigd dat de Afrikaanse toekomst rooskleuriger is dan ooit.
Wie boeken leest over de ontwikkeling van Afrika, zoals die van Roel van der Veen, Toon van Eijk en William Esterly, ziet steeds weer benadrukt dat wij in Europa een aantal honderden jaren bezig zijn geweest met staatsvorming. In Afrika zijn ze nog maar net begonnen.
Hier en daar is het een puinhoop, hier en daar zijn er successen. Afrika heeft tijd nodig om zijn eigen moderne geschiedenis te schrijven.
Tijd ook om een eigen vorm van democratie te bouwen waarin plaats is voor de tribale cultuur die nu eenmaal is verankerd in de Afrikaanse genen.
- 2. De economische groei van Afrika op dit moment is fenomenaal en het einde is niet in zicht
De economische groei heeft in Afrika rond de millenniumwisseling een opmerkelijke sprong omhoog gemaakt. De economische groei in Sub-Sahara Afrika ligt nu al een aantal jaren boven de 6 procent, dat zijn de hoogste groeicijfers in 30 jaar tijd. Organisaties als Wereldbank en IMF verwachten dat deze groei de komende jaren zal aanhouden.
Bron: World Economic Outlook Database, April 2008, IMF
De economische groei is nu zo hoog, dat deze ruim boven de bevolkingsgroei van Afrika uitkomt. Dit betekent dat het inkomen per hoofd van de bevolking voor veel Afrikaanse landen nu substantieel aan het stijgen is.
Zo steeg het inkomen per hoofd van de bevolking in Botswana van ruim 900 dollar in 1985 tot bijna 9000 dollar in 2008.
Even ter vergelijking: Het inkomen per hoofd van de bevolking van EU-lidstaat Bulgarije was in datzelfde jaar 6500 dollar.
Bron: World Economic Outlook Database, April 2008, IMF
Maar misschien is het nog veel aansprekender om te kijken naar landen als Mali, Zambia en Tanzania. Het inkomen per hoofd van de bevolking in Mali steeg van 170 dollar in 1985 naar 550 dollar in 2008. 
Bron: World Economic Outlook Database, April 2008, IMF
- 3. In de afgelopen jaren zijn grote geldstromen naar Afrika op gang gekomen
Er bestaan schattingen die zeggen dat op dit moment Afrikanen die - al dan niet legaal - buiten het continent verblijven, op jaarbasis een bedrag terug naar Afrika sturen dat twee maal zo hoog is als de totale ontwikkelingshulp die aan Afrika wordt gegeven. Dit geld komt ook nog eens voor de volle 100 procent terecht bij de mensen voor wie het is bedoeld.
De internationale beleggers hebben Afrika ontdekt. Afrikaanse beleggingsfondsen schieten op dit moment als paddenstoelen uit de grond. De rendementen die op de Afrikaanse aandelenbeurzen in 2007 werden behaald, waren ongekend. Nigeria: +73%, Mauritius: +54%, Egypte: +41%, Marokko: +24%, Botswana: +23%
De Afrikaanse diaspora die economisch en maatschappelijk succes heeft behaald in het Westen, is in toenemende mate geïnteresseerd om te investeren in Afrika. Zo is in Abuja, Nigeria, een speciaal centrum gebouwd om vanuit het Westen terugkerende Nigerianen te assisteren bij het doen van investeringen en het opbouwen van bedrijven in het moederland.
Er is een enorme investeringsinspanning op gang gekomen uit andere voormalige tweede en de derde wereldlanden, die willen profiteren van Afrikaanse economische groei, de Afrikaanse grondstoffen en - en dat is de meest recente ontwikkeling - ook van het Afrikaans agrarisch potentieel. China gaat hierin voorop maar ook landen als India, Rusland en Brazilië zijn in Afrika steeds actiever. Deze nieuwe economische zuid-zuid relaties zijn een interessante aanvulling op de bestaande noord-zuid relaties en versterken de positie van Afrika op het economisch wereldtoneel.
- 4. Infrastructuur en ICT
Op dit moment worden grote investeringen gedaan in het Afrikaans wegen en spoornet, maar ook in elektriciteitsvoorziening en de banksector.
Maar de meest opvallende ontwikkeling vindt plaats in de informatie- en communicatietechnologie, waarbij vooral de razendsnelle groei van internet en mobiele telefonie in Afrika in het oog springen. Het effect hiervan op de Afrikaanse economie is enorm.
Beide technologieën vergroten de toegang tot informatie. Ongecensureerde informatie wel te verstaan. En Afrikanen kunnen via het internet niet alleen vanuit de hele wereld informatie tot zich nemen, ze kunnen op hun beurt de hele wereld laten weten wat er in hun leven gebeurt en hoe ze over dingen denken.
Dat geeft transparantie aan economische, sociale en politieke processen in Afrika, wat een positieve invloed heeft op de nog prille Afrikaanse democratie.
- 5. Er vindt een verbreding van de Afrikaanse economie plaats
Naast de traditionele economische activiteiten als grondstofwinning en landbouwproductie zijn er tekenen dat er een verbreding van de economie mogelijk is. Toerisme wordt steeds belangrijker voor veel Afrikaanse landen. In Nigeria en Zuid-Afrika floreert de film- en reclame-industrie. Het organiseren van de WK Voetbal in Zuid-Afrika in 2010 - het grootste evenement dat ooit in Afrika plaatsvond - betekent niet alleen een grote economische stimulans voor geheel zuidelijk Afrika maar geeft Afrikanen ook de bevestiging dat ze tot grote dingen in staat zijn en meetellen in de wereld.
Ook op gebied van zakelijke dienstverlening gebeurt er in Afrika van alles. Onder meer op ICT gebied. In landen als Oeganda, Rwanda en Zuid-Afrika wordt actief ontwikkeld aan open source software. Bijna alle grote wereldwijde spelers in ICT hebben in Afrika projecten op dit gebied opgestart.
Ook outsourcing neemt een enorme vlucht. In landen als Kenia, Ghana en Zuid-Afrika worden call centers gebouwd waarvan grote Westerse bedrijven gebruik maken om hun klanten te bedienen. Ze verkiezen steeds vaker Afrika boven India en China. De tijdzone is gunstiger, het opleidingsniveau in Afrika is goed, het Engels dat in Afrika wordt gesproken is veel beter dan in Azië en misschien nog wel het belangrijkste: Afrikanen beschikken over uitstekende communicatieve vaardigheden.
- 6. De opkomst van sterke Afrikaanse leiders.
Er is een groeiende groep van sterke Afrikaanse leiders. Mensen als Nelson Mandela, Kofi Annan en Mo Ibrahim zijn boegbeelden. Ook is iemand als Ellen Johnson- Sirleaf een welkome afwisseling voor Charles Taylor. Maar dit handje vol mensen valt in het niets bij de complete nieuwe generatie jonge Afrikaanse leiders die klaar staat om zich te manifesteren in de Afrikaanse politiek, het bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties.
- 7. Steeds meer Afrikaanse burgeroorlogen worden beëindigd
We hebben het over opgeloste conflicten in Zuid-Soedan, Angola, Rwanda, Sierra Leone en Libera - in Noord-Oeganda wordt er hard aan gewerkt. Conflicten in Congo-Kinshasa, Oost-Tsjaad en West-Soedan lijken over hun hoogtepunt heen.
- 8. Afrika wordt een steeds belangrijker leverancier van grondstoffen
Afrika is rijk aan bodemschatten. De meeste aandacht gaat uit naar olie, maar ook goud, diamant, uranium, en koper zijn van groot belang.
De rij Afrikaanse landen die over olievoorraden blijken te beschikken wordt steeds langer. Alleen al in de afgelopen paar jaar zijn Guinee, Guinee-Bissau, Ghana, Mali, Kenia, Tanzania en Mozambique aan deze lijst toegevoegd.
De uitdaging is om niet alleen de grondstoffen te winnen maar ze ook te gaan verwerken tot halffabrikaten en eindproducten.
- 9. Hogere voedselprijzen zijn tegelijkertijd een bedreiging voor stedelijk Afrika als ook een enorme kans voor agrarisch Afrika
- 10. Barack Obama wordt de volgende president van de Verenigde Staten
Soms krijg je als continent een stuk toekomst cadeau. Ziet u het al voor u? Barack Obama brengt zijn eerste bezoek aan Afrika. Daar staat de Air Force One op de luchthaven van Nairobi en verschijnt de machtigste man ter wereld, een zoon van Afrika, boven aan de trap. Wat een glorieus moment in de wereldgeschiedenis!
Ik hoop dat zijn eerste woorden zullen zijn: Say it Loud - I am African and I am Proud
Dank u wel